De Europese Unie past CBAM aan met een nieuwe drempel van 50 ton . De Europese Unie heeft onlangs een belangrijke wijziging aangekondigd in de werking van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). Waar de regeling aanvankelijk vrijwel alle importeurs van CO2-intensieve materialen zou treffen, geldt er nu een drempel van 50 ton CBAM-goederen per jaar. Deze aanpassing betekent dat een aanzienlijk deel van de kleinere toeleveranciers en fabrikanten voorlopig buiten de meest ingrijpende rapportageverplichtingen valt. Toch blijven de strategische implicaties voor de keten groot. Dit artikel licht toe wat CBAM precies inhoudt, hoe de nieuwe vrijstellingsgrens voor 2025 werkt en welke effecten dit kan opleveren voor kosten, rapportage en keuzes in materiaalgebruik.
Wat is CBAM?
Het Carbon Border Adjustment Mechanism is ontworpen als onderdeel van het bredere Europese klimaatbeleid om koolstoflekkage te voorkomen. Kort gezegd legt CBAM een CO2-heffing op geïmporteerde goederen zoals ijzer, staal, cement, waterstof, kunstmest en aluminium. Bedrijven die deze materialen de EU binnenbrengen, zijn verplicht om uitgebreide rapportages in te dienen over de koolstofintensiteit van hun productie en een corresponderend aantal CBAM-certificaten aan te kopen. Deze aanpak moet importeurs stimuleren om over te stappen op duurzamere productiewijzen en de concurrentiepositie van Europese producenten beschermen. In de praktijk betekent dit dat organisaties hun hele keten moeten doorlichten, CO2-data moeten aanleveren en financieel rekening moeten houden met de prijs van emissierechten.
CBAM-drempel in 2025: Minder dan 50 ton
Met de introductie van de drempel van 50 ton per jaar worden veel kleinere importeurs tijdelijk ontzien. Concreet geldt dat bedrijven die per jaar minder dan 50 ton CBAM-plichtige materialen invoeren, vrijgesteld zijn van de meeste rapportageverplichtingen. Zij hoeven voorlopig (tot 2026) geen gedetailleerde emissiegegevens aan te leveren en geen CBAM-certificaten te kopen. De Europese Commissie benadrukt dat deze versoepeling vooral bedoeld is om administratieve lasten voor kleinere marktpartijen te beperken en internationale concurrentiekracht te versterken. Tegelijkertijd blijft de materiële impact van CBAM aanwezig, omdat de drempel later kan worden verlaagd of opnieuw geëvalueerd na de implementatiefase.
Wat is de impact hiervan op de sector?
Wat verandert voor bedrijven? Voor toeleveranciers en fabrikanten die onder de drempel blijven, betekent de wijziging een merkbare verlichting van de administratieve druk en kosten. De verplichte CO2-rapportages vergen doorgaans specialistische kennis en systemen, waardoor veel bedrijven extra capaciteit moesten vrijmaken of externe adviseurs moesten inschakelen. Ook de financiële verplichtingen ,zoals het aankopen van CBAM-certificaten, vallen nu grotendeels weg bij kleine importvolumes. Tegelijkertijd neemt de prikkel om versneld te kiezen voor CO2-arme materialen deels af, wat de verduurzaming in sommige segmenten kan vertragen. Voor grotere spelers verandert er op korte termijn weinig: zij blijven gebonden aan de volledige set eisen en tarieven. Strategisch gezien is het daarom belangrijk om goed te monitoren of de drempel in de toekomst opnieuw aangepast wordt, en om scenario’s voor kosteneffecten op middellange termijn klaar te hebben liggen.
Strategische kansen
De versoepeling van CBAM kan voor veel kleinere importeurs een welkom uitstel van complexiteit en kosten betekenen. Toch is dit geen reden om de transitie naar CO2-arme materialen op de lange baan te schuiven. Grote klanten, ketenpartners en opdrachtgevers leggen namelijk steeds vaker eigen duurzaamheidsstandaarden op, los van wettelijke drempels. Bovendien blijft de kans groot dat de EU de vrijstellingsgrens na 2026 opnieuw aanscherpt. Bedrijven die nu investeren in betere dataverzameling en inkoopstrategieën zijn beter voorbereid op een toekomst waarin CO2-heffingen de norm zijn.
De recente verlichting van CBAM voor kleine importeurs is namelijk tijdelijk. Deze aanpassing loopt namelijk voor op een bredere implementatie in andere ETS-sectoren en nieuwe wetsvoorstellen die gaan over de breedte van de wetgeving in het begin van 2026. Voor toeleveranciers en fabrikanten is het dan ook verstandig om CBAM niet als een tijdelijk obstakel, maar als blijvende factor en een structurele stimulans voor verduurzaming te zien.
