/>

Gedurfde keuzes & snel opschalen: de route naar cleantech-concurrentiekracht in de bouwketen

Sharing is caring!

Cleantech in de bouwketen groeit niet alleen hard. Cleantech in de bouwketen verandert ook waar waarde ontstaat, wie die waarde kan pakken en welke toeleveranciers relevant blijven. Voor de bouw- en installatiesector betekent de opkomst van cleantech daarom één ding: wachten op volwassen vraag is geen strategie meer.

Cleantech wordt een concurrentiedossier in de bouwketen

Jarenlang werd cleantech in de bouw vooral benaderd als iets voor innovators, duurzaamheidsmanagers en voorlopers met een bovengemiddelde risicobereidheid. Interessant en belangrijk, maar nog net niet bepalend voor de kern van de markt.

Die fase loopt ten einde.

Wat nu zichtbaar wordt, is geen geleidelijke vergroening van de sector. Het is een veel fundamentelere verschuiving in concurrentiekracht. Cleantech verandert niet alleen welke oplossingen gevraagd worden. Het verandert ook welke leveranciers nog passen binnen de nieuwe logica van de markt: sneller opschaalbaar, beter onderbouwd, technisch aantoonbaar, industrieel leverbaar en financieel verdedigbaar.

Volgens McKinsey (2025) kan de wereldwijde jaarlijkse kapitaalstroom naar cleantech in 2035 oplopen tot ongeveer €5 biljoen per jaar. Hiervan is ongeveer 52% relevant voor de bouw- en installatiesector. Schone energie, energiesystemen en het uitstootvrij maken van gebouwen worden wereldwijd geschat op 2,2 biljoen. Groene materialen worden in 2035 geschat op 0,4 biljoen. Dat is geen nichebudget voor experimentele technologie. Het is een mondiale investeringsgolf die de komende tien jaar bepaalt waar productiecapaciteit, marges, ketenmacht en werkgelegenheid terechtkomen. McKinsey schat bovendien dat deze investeringen wereldwijd goed kunnen zijn voor één tot twee procentpunt extra bruto toegevoegde waarde en 25 tot 30 miljoen banen.

Voor toeleveranciers in de bouw- en installatiesector is dat relevant om een eenvoudige reden. De energietransitie, elektrificatie, netverzwaring, gebouwverduurzaming, opslag, materiaalinnovatie en circulariteit landen uiteindelijk niet in abstract beleid. Ze landen in concrete producten, systemen, componenten en ketensamenwerking. Met andere woorden: cleantech is, hoewel kleiner van schaal in Nederland dan op mondiaal niveau, geen niche naast de bouw. Het wordt een steeds groter deel van de bouw zelf.

De echte vraag is niet óf de markt groeit, maar waar de waarde terechtkomt

Dat maakt dit moment strategisch. Een groeimarkt garandeert namelijk nog geen sterke positie voor Europese of Nederlandse spelers. McKinsey laat juist zien dat ongeveer 75 procent van die toekomstige cleantechwaarde wereldwijd betwistbaar is. Die waarde is dus niet automatisch lokaal beschermd. Ze staat open voor partijen die het snelst kunnen industrialiseren, het goedkoopst kunnen produceren en het scherpst kunnen leveren. Slechts een kleiner deel is echt lokaal gebonden, bijvoorbeeld door installatie, projectontwikkeling, assemblage op locatie of logistiek lastige componenten.

Precies daar zit de ongemakkelijke les voor veel toeleveranciers. In een markt waarin een groot deel van de waarde verhandelbaar en schaalbaar wordt, wint niet vanzelfsprekend degene met het beste verhaal of zelfs het beste productidee. Vaker wint degene die productprestatie, kostprijs, leverbetrouwbaarheid, documentatie, certificering en time-to-market het strakst georganiseerd heeft.

Dat patroon is in andere sectoren al zichtbaar. McKinsey wijst erop dat Chinese spelers in elektrische mobiliteit hun kosten op onderdelen van de markt inmiddels 20 tot 30 procent lager hebben liggen dan veel Europese concurrenten. Dat komt mede door schaal, integratie en snellere productontwikkeling. Europese spelers hebben nog altijd sterke punten in kwaliteit, engineering en merkvertrouwen. Toch verliezen zij terrein wanneer snelheid en kostprijs structureel achterblijven.

De bouw- en installatiesector moet die les niet zien als iets van automotive. Dit is juist een voorproef van wat ook in bouwgebonden waardeketens gebeurt. Warmtepompen, laadinfrastructuur, batterijopslag, slimme energiesystemen, prefab installatiemodules, circulaire materialen, lage-CO2-bouwproducten en datagedreven gebouwprestaties bewegen allemaal dezelfde kant op. Ze gaan van specialistische oplossing naar opschaalbare marktstandaard. En zodra dat gebeurt, verschuift de concurrentie van “wie heeft iets nieuws?” naar “wie kan het groot, snel en aantoonbaar goed leveren?”

Voor bouwtoeleveranciers zit de kans juist in het midden van de transitie

Een belangrijk inzicht is dat de grootste waarde niet per se zit in volledig volwassen technologieën of juist in een schot van ver op de roos. Die zit vooral in de fase ertussen: de fase van commercialisering en snelle opschaling. Daar wordt marktaandeel verdeeld. Daar worden standaarden gezet. Daar wordt beslist welke spelers structureel onderdeel worden van specificaties, aanbestedingen en voorkeursketens.

Precies die fase is relevant voor veel toeleveranciers in de bouw en installatie.

Niet omdat iedere fabrikant morgen een batterijproducent of elektrolyzerbouwer moet worden. Wel omdat de onderliggende logica identiek is. Ook in deze sector verschuift waarde naar partijen die technische innovatie kunnen vertalen naar seriematige toepasbaarheid. Naar partijen die hun oplossing niet alleen duurzaam noemen, maar ook onderbouwen met prestatieclaims, productdata, lifecycle-inzichten, toepassingszekerheid en ketenintegratie. En naar partijen die sneller van pilot naar opschaling gaan dan hun concurrent.

De komende jaren ontstaat daardoor een scherp onderscheid tussen twee typen marktspelers.

Aan de ene kant staan leveranciers die cleantech blijven behandelen als een toevoeging op het bestaande assortiment: een duurzamer product, een extra brochure, een paar aangepaste claims. Aan de andere kant staan spelers die begrijpen dat cleantech een andere manier van concurreren vraagt. Zij herontwerpen niet alleen hun product, maar ook hun propositie, operations, partnerships en commerciële verhaal.

Dat tweede type speler pakt meer dan zichtbaarheid. Dit worden de partijen die trends creëren waar de rest in mee zal moeten gaan.

Productkwaliteit blijft belangrijk, maar is niet langer genoeg

Voor veel toeleveranciers is dit een ongemakkelijke verschuiving, omdat de sector historisch sterk leunt op productinhoud. Terecht ook. In de bouw wordt kwaliteit nog altijd afgerekend op prestaties in de praktijk.

Maar cleantech voegt daar een nieuwe laag aan toe. Een goed product zonder schaalbare leverketen, consistente productdata, heldere toepassingskaders en commerciële vertaling verliest relatief snel aan kracht. Ook verliest het aan verdedigbaarheid bij toenemende wettelijke eisen. Niet omdat het technisch slecht is, maar omdat het onvoldoende aansluit op hoe opdrachtgevers, voorschrijvers, installateurs, ontwikkelaars en ketenpartners nu beslissen.

McKinsey beschrijft dat Europa in cleantech alleen competitief blijft als bedrijven radicaal beter worden in vier zaken: kosten verlagen, sneller opschalen, sneller naar de markt gaan en kapitaal efficiënter inzetten. Daar hoort een ander operating model bij. Denk aan nauwere ketensamenwerking, snellere ontwikkelcycli, scherpere productstrategieën en productie die expliciet is ingericht op doorlopende kostendaling en performanceverbetering.

Vertaald naar de bouw- en installatiesector betekent dat iets heel concreets.

De vraag wordt niet alleen: “Is dit product duurzamer?” De vraag wordt ook: “Is dit product op schaal toepasbaar?” “Past het in onze werkprocessen?” “Is de prestatie aantoonbaar?” “Is levering zeker?” “Kunnen we ermee rekenen, ontwerpen, installeren en rapporteren?” “Verlaagt het ergens risico, arbeid, energiegebruik of total cost of ownership?”

De winnaars worden niet per se de groenste spelers, maar de meest bruikbare

Dat is misschien de belangrijkste nuance. In veel sectoren wordt duurzaamheid nog te vaak benaderd alsof de markt uiteindelijk vanzelf kiest voor de groenste optie. In werkelijkheid kiest de markt meestal voor de oplossing die verduurzaming combineert met betrouwbaarheid, beschikbaarheid, eenvoud en economisch voordeel.

Daarom worden de winnaars in cleantech waarschijnlijk niet per se de partijen met de meest ambitieuze belofte. Het worden de partijen die duurzaamheid het best weten te verpakken als bruikbare marktstandaard.

In de bouw betekent dat bijvoorbeeld: materialen die niet alleen minder CO2-intensief zijn, maar ook verwerkbaar, gecertificeerd en leverbaar. Installatieoplossingen die niet alleen energie besparen, maar ook eenvoudig te dimensioneren en te onderhouden zijn. En systemen die niet alleen slim zijn, maar ook interoperabel, uitlegbaar en financieel te verantwoorden.

Zodra cleantech die vorm krijgt, verschuift de discussie. Dan gaat het niet meer over koplopers en volgers. Dan gaat het over voorkeursleveranciers en uitwisselbare aanbieders.

Europa heeft nog sterke kaarten, maar geen tijd meer te verliezen

Europa heeft nog altijd sterke uitgangsposities: hoogwaardige engineering, industriële kennis, gevestigde merken, klimaatbeleid dat marktvraag ondersteunt en in sommige domeinen ook nog technologische voorsprong. Bij elektrolyzers bijvoorbeeld zijn meerdere van de leidende spelers Europees. In batterijopslag, groene materialen, grids en andere cleantechsegmenten liggen nog substantiële kansen.

Maar sterke uitgangsposities zijn niet hetzelfde als blijvende voorsprong.

Concurrenten uit de VS en vooral China winnen terrein. Dat doen zij doordat ze sneller schalen, agressiever industrialiseren en vaak beter in staat zijn om kostenreductie, supply chain en productontwikkeling integraal te organiseren. McKinsey noemt ook publieke randvoorwaarden als knelpunt in Europa. Complexe regelgeving, trage vergunningverlening, beperkte infrastructuur en onvoldoende schaal in ondersteunende ketens kunnen groei vertragen.

Voor bouw- en installatietoeleveranciers is dat meer dan geopolitiek nieuws. Het betekent dat een afwachtende strategie ook in een groeiende markt tot marginalisatie kan leiden. Niet ineens, maar stap voor stap: minder zichtbaar in bestekken, minder relevant in integrale proposities en minder aantrekkelijk voor ketenpartners die juist op zoek zijn naar schaalbare en aantoonbare oplossingen.

Cleantech vraagt daarom niet om een duurzaamheidsverhaal, maar om een markt- en marketingstrategie

Dat is uiteindelijk waar dit dossier voor de sector om draait.

Te veel bedrijven behandelen cleantech nog als een inhoudelijk thema voor innovatie, R&D of ESG. Voor toeleveranciers in de bouw- en installatiesector is het inmiddels net zo goed een vraagstuk van positionering, portfolio, commerciële focus en ketenkeuze.

Welke productgroepen sluiten aan op de investeringsstromen die de komende tien jaar versnellen? Waar ontstaat druk op prijs, snelheid en standaardisatie? Waar ligt juist ruimte voor premiumpositie, specificatiekracht of systeemvoordeel? Welke bewijsvoering wordt straks hygiënefactor? Met welke partners moet je nu samenwerken om over drie jaar nog mee te tellen?

Wie die vragen te laat stelt, loopt het risico cleantech vooral als reputatiethema te behandelen, terwijl het in werkelijkheid een structurele herschikking van marktwaarde is.

En dat is precies waarom dit onderwerp nu relevant is voor de bouw. Niet omdat iedereen morgen hetzelfde moet doen. Wel omdat de spelregels zichtbaar veranderen. De toeleverancier die vandaag alleen nog een product verkoopt, kan morgen tekortschieten. De toeleverancier die product, bewijs, toepasbaarheid en schaal weet te combineren, bouwt juist aan een sterkere positie in de volgende fase van de markt.

Cleantech is daarmee vooral een concurrentiedossier.

En voor een groeiend deel van de bouw- en installatiesector wordt het langzaam maar zeker ook een selectiecriterium.

Sharing is caring!

BouwKennis Insights

Onze meest recente inzichten over de thema’s die de bedrijfsvoering, strategieën
en commerciële besluitvorming van organisaties in de bouw- en installatiesector vormgeven.

Schrijf je nu in
BK INSIGHTS POPUP

© Bouwkennis B.V. |   Alle rechten voorbehouden

Design by Yourstyle