Home » Blog » Internationaal: Hernieuwbare energiebronnen: dit wetsontwerp zat in het paasmandje

Internationaal: Hernieuwbare energiebronnen: dit wetsontwerp zat in het paasmandje

De klimaat- en energietransitie op gang brengen is een van de centrale projecten van de knipperlichtoverheid. De in het regeerakkoord aangegeven route (gas als overbruggingstechnologie voor de energievoorziening) ligt echter sinds eind februari om welbekende redenen opnieuw een zaak voor de prullenmand. Zo stond het ministerie van Economische Zaken des te meer onder druk om het vooraf aangekondigde “paaspakket” met als doel de expansie van hernieuwbare energiebronnen te versnellen, op tijd te leveren. Het doel is om tegen 2035 een elektriciteitsvoorziening van 100% uit hernieuwbare energiebronnen te garanderen. Het ontwerp, dat 500 bladzijden beslaat, is nog voor de vakantie ingediend (hoewel het nog door het wetgevingsproces moet).

Het door de federale regering goedgekeurde paaspakket wordt eerst naar de Duitse Bondsdag toegezonden. Vervolgens gaat het het parlementaire wetgevingsproces in, waarbij de wijzigingen reeds op 1 juli in werking zouden kunnen treden. Het uit 500 pagina’s bestaande wetsartikel bevat de volgende specifieke wetten:
• de wet hernieuwbare energiebronnen (EEG),
• de wet windenergie op zee (WindSeeG),
• de wet van de energiesector (EnWG),
• de wet het federale programma van eisen (BBPlG),
• de wet ter bespoediging van de uitbreiding van het transmissienet (NABEG) en
• andere wetten en verordeningen op het gebied van energierecht.

Concrete maatregelen van het Paaspakket
– Met het Paaspakket is het principe verankert dat het gebruik van hernieuwbare energiebronnen van hoger openbaar belang is en de openbare veiligheid dient. De uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen te land en ter zee moet naar een geheel nieuw niveau worden getild: Tegen 2030 moet ten minste 80% van het Duitse bruto elektriciteitsverbruik afkomstig zijn van hernieuwbare energiebronnen. De vorige federale regering had een doelstelling van 65 procent gesteld en ging uit van een aanzienlijk lager elektriciteitsverbruik dan de knipperlichtcoalitie.

Tegen 2035 moet de elektriciteit in Duitsland bijna volledig afkomstig zijn van hernieuwbare bronnen.

– Er worden uitgebreide maatregelen genomen om de expansie van hernieuwbare energiebronnen te bevorderen. Er zullen nieuwe gebieden beschikbaar worden gesteld voor de uitbreiding van fotovoltaïsche energie, de deelname van gemeenten aan windenergie op land en fotovoltaïsche systemen worden uitgebreid. Locaties met zwakke wind zullen worden aangepakt en de randvoorwaarden voor de uitbreiding van fotovoltaïsche daksystemen wordt verbeterd.
– Met de afschaffing van de EEG-heffing per juli 2022 wordt de wetgeving voor consumentengebruik en de voorkeursbehandeling van de industrie enorm teruggeschroefd en wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de vermindering van de bureaucratie in de energiewetgeving.
– De expansie van windenergie op land moet in de toekomst op twee gelijkwaardige pijlers worden gebaseerd. Naast de aanbesteding van gebieden die al aan een vooronderzoek zijn onderworpen, zullen in de toekomst ook gebieden worden aanbesteed die nog niet aan een vooronderzoek zijn onderworpen.
– De uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen en netwerken zal worden versneld door obstakels weg te nemen en de plannings- en goedkeuringsprocedures te stroomlijnen.
– Het federale plan van eisen voor de uitbreiding van de transmissienetten zal worden bijgewerkt en er zullen nieuwe projecten in worden opgenomen, zodat de netten gelijke tred kunnen houden met de uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen.
– De rechten van eindafnemers en de toezicht op energieleveranciers van het Federaal Netwerkagentschap wordt aangescherpt om de elektriciteits- en gasverbruikers in de toekomst nog beter te beschermen.

Kritiek van de verenigingen en de industrie
De Duitse Milieuhulp (DUH) bekritiseert onder meer dat de federale overheid geen grond beschikbaar wil stellen voor windenergie en dat er in het paaspakket geen maatregelen zijn opgenomen voor gebouwen en transport. Wat volgens DUH ontbreekt, is een concrete verhoging van de efficiëntienorm in de bouwsector, een renovatieverplichting voor bestaande gebouwen en een verbod op de installatie van gasverwarmingssystemen in nieuwe gebouwen – hier moesten “die Grünen” vermoedelijk een stapje terugdoen in vergelijking met de andere twee coalitiepartners.
Ook de Duitse branchevereniging voor zonne-energie (BSW-Solar) heeft een grote behoefte aan aanpassing, onder andere in de randvoorwaarden voor proportionele zonne-zelfvoorziening en directe levering met zonne-energie. Zo krijgen alleen nieuwe exploitanten van zonne-energieinstallaties betere teruglevertarieven dan voorheen, op voorwaarde dat zij alle zonne-energie afkomstig van hun eigen dak terugleveren aan het openbare net en deze niet zelf naar rato verbruiken. Deze redenering deugt niet – het directe verbruik is de grootste motivatie voor particuliere gebruikers om duurzame energie te gaan gebruiken.