Twee jaar geleden liet de warmtepompmarkt zien hoe hij op beleid reageert. Het kabinet publiceerde op 12 november 2024 de verlaging per 1 januari 2025, en in dezelfde maand lag de verkoop bijna 30 procent boven het jaar ervoor. In het eerste kwartaal van 2025 kwam de markt uit op ruim 43.000 systemen tegen 26.000 een jaar eerder, waarna de groei terugviel naar 6 procent (Warmte365, 2025).
Wat er op tafel ligt
Voor 2027 wil het ministerie het bedrag per kilowatt verlagen en de bonus voor A+++ verhogen, om uit te komen op een subsidie van gemiddeld 30 procent van de kostprijs (Overheid.nl, 2026). In het voorstel gaat het per kW van € 225 naar € 120 en de bonus van € 200 naar € 250, bij een gelijkblijvend basisbedrag van € 1.025. Voor een toestel van 5 kW met A+++ betekent dat € 1.875 in plaats van € 2.350, voor 8 kW met A++ € 1.985 in plaats van € 2.825. De regeling wordt eind dit jaar vastgesteld en bleef de afgelopen jaren na consultatie grotendeels intact (Installatie.nl, 2026).
Twee dingen zijn nog open. De eis dat een warmtepomp slim aanstuurbaar moet zijn, is concept. En over een overgangsregeling is niets gezegd, terwijl in 2025 een offerte uit het oude jaar nog meetelde. De uitfasering van R32 staat wel vast, maar geldt pas per 2028.
Waarom de datum nu relevanter is dan de terugverdientijd
Het verschil bedraagt een paar honderd euro op een installatie van tien- tot vijftienduizend en verandert de terugverdientijd nauwelijks. Toch beweegt de markt, omdat er iets anders wordt gevraagd. Een besparingsargument vraagt van een huishouden een som over vijftien jaar, met aannames over gasprijs en verbruik die het zelf niet kan controleren. Een verdwijnend subsidiebedrag vraagt alleen om niet te verliezen wat er vandaag ligt. Dat is een makkelijkere beslissing, en de deadline heeft hierdoor aanzienlijke invloed bij het maken van een beslissing.
Voor de keten is de consequentie dat de vraag van komend halfjaar weinig zegt over de onderliggende markt. Bij het maken van prognoses voor 2027 op het vierde kwartaal van 2026, extrapoleert dus een inhaaleffect.
Waar de piek terechtkomt
De vorm ervan hangt aan de overgangsregeling. Komt die er, dan verschuift de druk naar de verkoop: offertes tekenen in november en december, installeren tot in maart. Komt die er niet, dan telt alleen de installatiedatum en loopt alles door dezelfde monteurscapaciteit vóór 31 december, met een leeg eerste kwartaal erachter.
Bij fabrikanten verschuift de som van vermogen naar label, waardoor kleine A+++-toestellen aantrekkelijker worden en grote all-electric machines minder. Daarnaast is elke R32-unit die eind 2027 nog op voorraad ligt vanaf 2028 subsidieloos. Bij groothandels zit het risico aan de andere kant van de piek: voorraad die in oktober wordt opgebouwd en in januari nog staat, financier je zelf. En installateurs dragen het verwachtingsmanagement, want de klant leest overal dat hij dit jaar moet kopen terwijl december allang vol zit.
Hoe hard is het precedent
De terugval van 2025 kwam niet alleen door de subsidie. Lagere gasprijzen en het schrappen van de hybride verplichting speelden mee, en beide staan nu anders: de gasprijs is door het conflict in het Midden-Oosten gestegen. De piek is daarmee waarschijnlijk, de diepte van het dal minder zeker. Ook de bedrijven die nu voorrekenen dat kopen in 2026 gunstiger is, hebben belang bij die boodschap, al klopt de som zolang het voorstel doorgaat.
Beslissingen die dit kwartaal terugkomen
Voorraad die in het eerste kwartaal gedraaid moet zijn, bestel je nu, en het R32-deel daarvan het eerst. De formulering over subsidie in offertes, mailings en advertenties verdient een check op wat je werkelijk kunt garanderen, omdat de installatiedatum leidend is. En de capaciteit voor januari en februari vul je met werk dat niet aan de ISDE hangt, zoals de corporatieprojecten uit het eerste artikel in deze nieuwsbrief.
