In Den Helder wordt een nieuwe zeekade aangelegd en in Amersfoort gaat de Bernhardkazerne op de schop. Op zichzelf zijn dat twee bouwprojecten zoals er elk jaar honderden worden aanbesteed. Alleen horen ze bij 2,5 miljard euro aan bouw- en renovatieopdrachten die Defensie al heeft ingepland (NOS, 2026). De begroting daarachter groeit van 21 miljard euro in 2026 naar 41 miljard in 2035 (ABN AMRO, 2026). Met die bouwopgave van Defensie komt er een opdrachtgever bij die anders beslist en inkoopt dan je gewend bent.
Defensie beslist centraal, bouwt het liefst in standaardtypen en wil gebouwen die blijven draaien als het stroomnet uitvalt. Wie daar als toeleverancier vroeg bij is, kan er jaren aan leveren. Stap je pas in als de aannemer gaat bestellen, dan kom je er voorlopig niet meer tussen.
Wie beslist bij Defensie over bouwproducten?
Over bouwproducten voor Defensie wordt vroeg en centraal beslist. De Commandopost Vastgoed is de regieorganisatie die samen met het Rijksvastgoedbedrijf de bouwopgave versnelt (Ministerie van Defensie, 2026). Defensie wil daarbij af van maatwerk per kazerne. Een legering of opslaghal wordt één keer ontworpen en daarna op meerdere plekken neergezet.
Voor een fabrikant is dat een groot verschil met de markt die hij gewend is. In de woningbouw kun je nog aanschuiven bij de aannemer of installateur als het project al loopt. Hier liggen het gevelsysteem, het installatieconcept en de vloer vast op het moment dat het ingenieursbureau de standaard uittekent. Zit je erin, dan lever je mogelijk jarenlang mee. Zit je er niet in, dan wacht je op de volgende versie.
Een kazerne moet zichzelf kunnen redden
Een kazerne waar het licht uitgaat zodra het net overbelast raakt, is voor Defensie geen optie. In de Kamerbrief van juni staan energiezekerheid en zelfstandig doordraaien dan ook hoog op de lijst. Het ongemakkelijke is dat Defensie voor een netaansluiting gewoon in de rij staat, met dezelfde beperkte deeloplossingen voor netcongestie. Wat overblijft, is het zelf regelen met opslag, eigen opwek en noodstroom.
Daar komt een flinke voorraad oud vastgoed bij. De meeste kazernes in Nederland zijn gebouwd voor 1970 (Ministerie van Defensie, 2022), en ook die moeten verduurzaamd worden. Een groot deel van de opgave is dus renovatie, met alle verrassingen die oude gebouwen nu eenmaal meebrengen.
Volume maakt fabrieksmatig bouwen rendabel
ABN AMRO verwacht dat de krappe capaciteit Defensie richting modulair en fabrieksmatig bouwen duwt. Voor producenten van prefab elementen zit daar iets interessants in. Een productielijn uitbreiden voor één woningbouwproject is een gok. Een opdrachtgever die hetzelfde gebouw tientallen keren afneemt, maakt die investering ineens te verdedigen. Dan telt ook of je over vijf jaar nog dezelfde kwaliteit op tijd levert.
Wat doet de bouwopgave van Defensie met de capaciteit in de bouw?
De bouwopgave van Defensie maakt de toch al krappe capaciteit in de bouw nog krapper. Kazernes en oefenterreinen vragen om dezelfde aannemers en installateurs als woningbouw, netuitbreiding en onderhoud aan wegen. ABN AMRO verwacht dat dit de prijzen opdrijft, zeker nu spanningen rond Iran grondstoffen en energie duurder maken.
Als toeleverancier merk je dat waarschijnlijk eerst bij je vaste installateur. Hij roept ineens later af, omdat zijn beste mensen op een kazerneproject staan. Hoe je installateurs in zo’n krappe markt kunt ontlasten, lees je in ons artikel over arbeidstekorten in de installatiebranche.
Hoe hard zijn de cijfers
Op de 2,5 miljard euro aan geplande opdrachten kun je rekenen. Met de bedragen voor 2030 en 2035 zouden we voorzichtiger zijn. Dat zijn politieke voornemens, en een paar kabinetten verder kan het beeld anders zijn. Het gaat bovendien om de hele defensiebegroting, waarvan materieel en personeel het leeuwendeel opslokken. Hoeveel er naar stenen gaat, hebben we nergens uitgesplitst gevonden.
ABN AMRO financiert zelf de bouw en heeft er dus belang bij dat er groeimarkten in beeld komen. Wat de analyse geloofwaardig maakt, is dat ze aansluit bij wat het ministerie zelf aan de Kamer schrijft.
Wat dit betekent voor toeleveranciers
Een fabrikant komt bij de bouwopgave van Defensie in beeld door vroeg zichtbaar te zijn. Je moet dan bekend zijn bij het Rijksvastgoedbedrijf en de ingenieursbureaus die de standaarden uitwerken. Dat begint met een eerlijke vraag aan jezelf. Past wat je maakt bij een robuust gebouw dat vaak herhaald wordt en zelfstandig moet draaien? Is het antwoord ja, zorg dan dat een ingenieur je product kan voorschrijven zonder eerst drie keer te bellen. Dossiers, certificaten en referenties moeten op orde zijn. Laat ook zien dat je de volumes over vijf jaar nog steeds levert.
Groothandels kunnen hier iets bieden wat een fabrikant lastig zelf doet. Denk aan afroepen over meerdere jaren, leveringen op beveiligde terreinen en voorraad die meegroeit met het programma. Houd ook in de gaten welke klanten de komende jaren aan defensiewerk vastzitten. Dat zie je eerder in de aanbestedingen dan in je orderboek.
